Als het afscheid steeds meer in zicht komt
๐๐น๐ธ๐ฒ ๐ฑ๐ฎ๐ด ๐๐๐ฎ๐ฎ๐ ๐บ๐ถ๐ท๐ป ๐น๐ฒ๐๐ฒ๐ป ๐ถ๐ป ๐ต๐ฒ๐ ๐๐ฒ๐ธ๐ฒ๐ป ๐๐ฎ๐ป ๐ฎ๐ณ๐๐ฐ๐ต๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ป๐ฒ๐บ๐ฒ๐ป. ๐๐ป ๐๐ผ๐ฐ๐ต ๐น๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐ถ๐ธ ๐๐๐ฒ๐ฒ๐ฑ๐ ๐๐ฒ๐ฒ๐ฟ, ๐๐ฎ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐ณ๐ฎ๐ป๐๐ฎ๐๐๐ถ๐๐ฐ๐ต๐ฒ ๐ธ๐ถ๐ป๐ฑ๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป ๐ฑ๐ถ๐ฒ ๐ถ๐ธ ๐ฏ๐ฒ๐ด๐ฒ๐น๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ฒ๐ป ๐๐ฎ๐ป ๐ฎ๐น๐น๐ฒ๐ ๐ฑ๐ฎ๐ ๐ต๐ฒ๐ ๐น๐ฒ๐๐ฒ๐ป ๐บ๐ถ๐ท ๐ด๐ฒ๐ฒ๐ณ๐, ๐ฑ๐ฎ๐ ๐ท๐ฒ ๐ป๐ผ๐ผ๐ถ๐ ๐๐ผ๐ผ๐ฟ๐ฏ๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ฏ๐ฒ๐ป๐.
Al jaren ga ik op dezelfde manier binnen, met dezelfde groet en dezelfde routine. Ik heb geleerd dat dat helpt in de herkenning en het bewaren van de rust. Ik word dan ook al jaren op dezelfde manier begroet, ook altijd op dezelfde toon: โGoedemorgen Merel!โ Ochtend, middag of avond, dat maakt niet uit. De tijd doet er allang niet mee toe. Dagen van de week, maanden, jaren, het loopt al een poos allemaal door elkaar. Dat geeft niet. Wij hielden de structuur vast voor haar. Maar vandaag was anders. Ik liep naar binnen. Zelfde route, zelfde begroeting. Maar er kwamโฆ. niksโฆ. Geen begroeting, geen gemopper, geen geluid. Ik versnel mijn pas. Schoonmoeder heeft 6 weken geleden een terminaalverklaring gekregen, de kans dat haar hart er mee stopt is reรซel. De stilte maakt dat mijn brein direct naar het scenario schiet waarin ik haar levenloos in haar bed aantref. Alsof het dan nog uitmaakt dat ik sneller ga lopen. Het gekke is dat ik dus echt even moest schakelen. Ze is niet dood. Ze ligt scheef in haar bed, dekens en kussens overhoop. Ze kijkt me glazig aan. Ik begroet haar nog een keer, weer op dezelfde toon. Geen reactie. Niks. BAM.. Ze herkent me niet meer! Al bijna 20 jaar ben ik onderdeel van haar leven. Al 5 jaar heb ik dagelijks voor haar gezorgd. En nu ben ik een week niet bij haar binnen geweest omdat ik griep had. En ik ben weg. Uit haar leven, uit haar geheugen. Bijna wil ik het uitspreken, haar vragen: โJe herkent me niet?โ Gelukkig slik in die woorden op tijd in. Ik weet immers hoe ze van slag kan raken van een vraag of opmerking waaruit blijkt dat ze iets niet meer weet. Of iemand niet meer herkent.
Dit is zo vreemd. Natuurlijk weet ik dat dit monster Alzheimer is. We hebben soms ook kunnen lachen, wanneer we de shampoo in de vriezer vonden bijvoorbeeld. Na weken. Ik wist zeker dat ik nieuwe had gekocht voor haar, maar niemand kon de shampoo vinden. Dat was een soort aandoenlijk. En een gezellige tegenhanger van haar boze buien.
Op een gegeven moment merkten we dat ze mensen kwijt begon te raken. Gaten in haar geheugen. Alsof de tijd die ze met iemand doorgebracht had niet bestaan heeft. Maar soms ineens wist ze het wel weer. Dus ik heb de hoop dat ze vanavond ineens wel weer weet wie ik ben. Want dit vind ik toch best confronterend en moeilijk afscheid nemen. Vorige week was ze ook al terminaal, maar toen was het nog zo vanzelfsprekend dat ik begroet werd. Ik hoop dat ik vanavond weer: โGoedemorgen Merel!โ mag horen. Dan weet ik dat dat misschien de laatste keer is en kan ik er extra goed naar luisteren. En dan kan ik, voor รฉรฉn keer, mijn groet aanpassen: โDag Lianne.โ